Sommige bevooroordeelde mensen die zich laten leiden door persoonlijke belangen, verkondingen dat de Islam de vrouw heeft gedwongen om zich thuis op te laten sluiten en er voor haar dood niet meer uit te komen! Heeft deze beschuldiging een waarachtige basis in de Koran of de Soenna (profetische tradities), of in de geschiedenis van Moslim vrouwen in de eerste drie eeuwen, die het beste waren? Zeker niet.

De Koran maakt de man en vrouw partners zodat ze gezamenlijk de zwaarste verantwoordelijkheden in het Islamitische leven kunnen dragen, namelijk de verantwoordelijkheid om het goede te bevelen en het kwaad te verbieden. De Almachtige zegt: En de gelovigen, mannen en vrouwen, zijn vrienden van elkander. Zij sporen aan tot het goede en verbieden het kwade en houden het gebed en betalen de Zakaat en gehoorzamen Allah en Zijn boodschapper. Dezen zijn het, wie Allah barmhartigheid zal betonen. Voorzeker, Allah is Almachtig, Alwijs. [Surah 9:71] Als voorbeeld van dit principe is het eens gebeurd dat een vrouw in de moskee het niet eens was met de kalief ‘Umar Al-Faruq (“Degene Die Waarheid Van Onwaarheid Onderscheidt”, met andere woorden ‘Umar ibn Al-Khattab) terwijl hij de gemeente vanaf de preekstoel toesprak. Hij accepteerde haar mening en ontdeed zich van de zijne, waarbij hij openlijk zei: “Een vrouw heeft gelijk en ‘Umar heeft ongelijk”. [ Genoemd door Ibn Kathir in zijn interpretatie, die zijn invloed verbeterde, zoals eerder vermeld] De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei, “het zoeken naar kennis is voor elke Moslim verplicht” [Overgedragen door Ibn Majah, deel 1, (224), in opdracht van Anas, in vroegere tijden gecorrigeerd door Al-Seyoti, en later door Al-Albany ]

De Moslim studenten zijn het erover eens dat de Hadith ook de Moslim vrouw aanspreekt, omdat ze ook moet weten hoe ze haar geloof moet belijden, en hoe ze moet aanbidden, en zich gedragen volgens de moraal van de Islam, etc. Ze is verplicht om Allah’s wetten te kennen waarin staat vermeld wat toegestaan is, wat verboden is, en haar rechten en plichten. Ze zou de hoogste vorm van kennis kunnen bereiken door de rang van ijtihad te vergaren (onafhankelijk oordeel over religieuze zaken).

Haar echtgenoot heeft niet het recht om haar te verhinderen om kennis te vergaren, waartoe ze verplicht is, als hij haar niet of niet goed kan lesgeven. De vrouwen van de Metgezellen der Profeet gingen naar de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) om hem dingen te vragen die hen bezighielden. Ze werden niet weerhouden door bescheidenheid (verlegenheid) omdat ze hun geloof niet goed genoeg kenden.

Het gemeenschappelijk gebed is niet verplicht voor de vrouw, terwijl het voor de man wel verplicht is. In haar omstandigheden en voor haar roeping kan het beter voor haar zijn om thuis te bidden. Toch kan een man het haar niet verbieden als ze naar het gemeentelijke gebed in de moskee wil gaan. De Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) zei: “Verbiedt vrouwen niet om naar Allah’s moskeeën te gaan.” [Overgedragen door Muslim in zijn Sahih in opdracht van Ibn Umar, 1/327, (442).] Een vrouw kan naar buiten gaan om boodschappen te doen voor zichzelf, haar echtgenoot, of haar kinderen die in het veld spelen, zoals Asma’a bint Abu Bakr That Al-Nit (“Degene die Twee Riemen Bezat”) deed. Ze zei: Ik nam altijd dadelpitten mee op mijn hoofd van het land van Al-Zubeir – mijn echtgenoot – terwijl ik in Medina woonde, en ze waren ongeveer tweederde van de prijs van Medina.”

Een vrouw zou het leger kunnen dienen door middel van eerste hulp, verpleging en andere diensten die passen bij haar aard en bekwaamheden. Ahmad en Al-Bukahri vertelden in opdracht van Al-Rubayyi’ bint Muaawith van de Ansar, die zei: “We gingen naar het gevecht met Allah’s Boodschapper (Allah’s vrede en zegen zij met hem) terwijl we de mannen water gaven, hen hielpen en de doden en gewonden terugbrachten naar Medina. [Overgedragen door Ahmad, 6/358.]

Evenzo droegen Ahmad en Muslim in opdracht van Um ‘Ateyya over dat zij zei: “Ik ging zeven maal met Allah’s Boodschapper (Allah’s vrede en zegen zij met hem) naar het gevecht, terwijl ik de strijdlieden volgde tijdens hun militaire acties, voedsel klaarmaakte en de gewonden en zieken verzorgde. [Overgedragen door Ahmad, 6/407 en Muslim (1812)]

Dit is het werk van de vrouw en de aard van haar functie; want het is niet haar taak om een wapen te dragen en daarmee te vechten, of om een bataljon te leiden, behalve als daar een speciale noodzaak voor is; dan kan ze, voor zover ze daartoe in staat is, met de mannen meestrijden in hun gevecht tegen de vijanden. Op de dag van Hunain nam Um Salm een dolk in haar hand, en toen haar echtgenoot haar vroeg waarom ze dat deed zei ze: “Ik nam het zodat, wanneer één van de polytheïsten me zou aanvallen, ik hem in zijn buik kon steken.” [Overgedragen door Muslim (1809)] Um ‘Imarah van de Ansar vocht tijdens het gevecht van Uhud zo goed dat de Profeet (Allah’s vrede en zegen zij met hem) haar prees, en tijdens de afvallige oorlogen mocht ze zelf meevechten, totdat Musaylimah Al-Khattab (“De Leugenaar”) vermoord werd. Ze keerde terug met tien steekwonden.

Als vrouwen tijdens bepaalde tijden het recht van kennis is ontnomen, en thuis opgesloten zijn alsof ze tot het meubilair behoren, niet onderwezen zijn door de echtgenoot en ook niet de kans hebben gekregen om te leren – zelfs niet naar de moskee mochten gaan –, dan is dat een gevolg van onwetendheid, overdrijving en afwijking van de leiding van de Islam. Het is dan een overdrijving van starheid, niet door Allah toegestaan. De Islam is niet verantwoordelijk voor zulke absurde tradities uit het verleden; net zo min als dat ze verantwoordelijk is voor de overdreven gewoontes van het heden. De oorsprong van de Islam vormt een vriendelijke balans bij alles wat qua regels en moraal voorgesteld en wettig gemaakt is. De Islam staat niet één ding toe om het andere te verbieden, en het versterkt ook niet één ding ten koste van het andere. Het overdrijft niet in het geven van rechten, maar ook niet in het toewijzen van plichten.

Daarom was het niet de bedoeling van de Islam om de vrouwen te verwennen ten koste van de mannen, en ook niet om haar grillen te bevredigen en haar roeping te verminderen, of om de man te bevredigen terwijl haar waardigheid wordt gekleineerd. Maar we vinden de houding van de Islam ten opzichte van de vrouw beschreven als volgt:

  1. Het beschermt – zoals we al eerder hebben gezegd – haar natuurlijke aard en haar vrouwelijkheid zoals die door Allah gemaakt is, en het beschermt haar tegen de wolven die haar ongeoorloofd willen verslinden en de gulzigheid van uitbuiters die haar vrouwelijkheid willen misbruiken als een commercieel instrument voor onwettige winst.
  2. Het respecteert haar verheven functie waarvoor ze intuïtief verkozen is door haar Schepper, Die haar meer barmhartigheid gaf dan de man, meer liefde, meer gevoel en de prikkel om voorbereid te zijn voor de barmhartige roeping van het moederschap, die aan het hoofd staat van de grootste bedrijfstak van het land, namelijk die van toekomstige generaties.
    De Islam beschouwt het huis als het grote koninkrijk van de vrouw. Ze is zijn minnares, het hoofd en de spil waar alles om draait. Ze is de echtgenote van de man, zijn partner, de troost voor zijn eenzaamheid en de moeder van zijn kinderen. De Islam beschouwt het werk van de vrouw als het huishouden, de zorg voor de zaken van haar man, en het wel opvoeden van haar kinderen als een vorm van aanbidding (‘ibaadah) en strijd in het belang van Allah (jihad). Daarom verzet het zich tegen elk systeem of elke methode die haar belemmert om haar taak te vervullen, haar tegenhoudt om haar plicht te vervullen, of haar huis vernietigt.
    Elk systeem en elke methode die probeert om de vrouw uit haar koninkrijk te verdrijven, haar van haar man weg te nemen, of haar van haar kinderen te ontdoen onder de noemer van vrijheid, werk, kunst, etc., is eigenlijk de vijand van de vrouw, die haar overal van wil beroven en haar amper iets teruggeeft. Dit wordt zonder twijfel door de Islam afgekeurd.
  3. De Islam wil gelukkige gezinnen vestigen zodat die de basis vormen van een gelukkige samenleving. Gelukkige gezinnen ontstaan door vertrouwen en zekerheid, niet door twijfel en wantrouwen. Het gezin dat gebaseerd is op enkele wisselende twijfels en angsten, staat aan de afgrond van een bodemloze put en leeft in een ondragelijke hel.
  4. De Islam staat haar toe om buitenshuis te werken in een geschikte baan die aansluit bij haar aard, haar interesses en haar capaciteit, en die haar vrouwelijkheid niet teniet doet. Haar werk is tot op bepaalde hoogte en onder bepaalde omstandigheden wettelijk, vooral wanneer zij of haar gezin het werk buitenshuis nodig heeft, of wanneer de maatschappij haar werk nodig heeft. De noodzaak voor werk is niet alleen beperkt tot het financiële deel. Het kan ook geestelijke noodzaak zijn zoals de behoefte van een gespecialiseerde, geleerde vrouw die ongetrouwd is, of een getrouwde vrouw die geen kinderen heeft, of een vrouw die veel vrije tijd heeft en de verveling wil tegengaan.

De mensen die vinden dat vrouwen onbeperkt zouden moeten kunnen werken, hebben ongelijk. We zullen sommige aspecten van dit onderwerp in de komende pagina’s nader behandelen, met de wil van Allah.

 

Leave a reply